maandag 29 juni 2015

Interview met Gijs van Butselaar

Ex-Paralympiër en voormalig aangepast wielrenner Gijs van Butselaar geeft, samen met Martin Boomkamp, talenten en nieuwsgierigen training. Alle deelnemers hebben een beperking, die ze niet als een belemmering zien. Zonder die beperking waren ze waarschijnlijk niet zo ver gekomen. 
In het interview hieronder vertelt Gijs van Butselaar over zijn grootste passie en geeft hij belangrijke tips.


Wat motiveerde u om te gaan wielrennen? Hoe oud was u toen?

"U mag je zeggen. Ik was 20 toen ik ging wielrennen, en mijn motivatie kwam eigenlijk doordat ik gestopt was met voetballen. Ik wilde toch nog graag een sport doen, waarmee ik wel naar EK's en WK's kon. Dat was net niet gelukt met voetballen."


In wat voor een soort koersen blonk je uit?

"Voornamelijk als het een beetje zwaar was en het liefst wanneer het veel omhoog ging. Tijdrijden was mijn ding, mijn specialiteit om het zo te noemen. En dan had ik ook het liefst een heel zwaar parcours. Veel opwaarts, een klein beetje af. Omdat ik nogal licht was, was dat voor mij het meest ideaal."


Wat is de maximale snelheid die je ooit hebt behaald op de racefiets?

"Goede vraag. Ik denk 87 of 89 kilometer per uur."


Waar was dat toen?

"Dat was vorig jaar in de afdaling van een klim in de buurt van Valencia. Dat was gewoon tijdens een training. In een wedstrijd is de maximale snelheid 86 kilometer per uur."


Vond je het niet riskant om zó hard te gaan?

"Nee, want ik zag het pas na de wedstrijd. In de wedstrijd ben je eigenlijk alleen maar met de koers bezig. Ik wist alleen dat we heel hard gingen, maar ik heb niet naar mijn tellertje gekeken."


In hoeverre hield u rekening met voeding en rust tijdens uw carrière?

"Alleen maar. Voeding en rust zijn extreem belangrijk om goed te presteren. Jullie kennen waarschijnlijk de uitspraak wel van Joop Zoetemelk: "De Tour win je in bed". Dat geldt ook voor Paralympisch wielrennen. Als je traint, moet je goed eten, dus de juiste voeding tot je nemen. Maar je moet ook goed rusten. Dus dat was een heel belangrijk of misschien wel het belangrijkste onderdeel van de dag."


Wat is de mooiste zege uit uw loopbaan?

"Ik denk het Nederlands kampioenschap van vorig jaar. Het zat heel erg tegen dat jaar. Eigenlijk was vrijwel alles mislukt. Dit was de laatste wedstrijd van het jaar waarin ik nog iets kon rechtzetten en toen ben ik solo Nederlands kampioen geworden. Dus dat was wel heel prettig."


Was dat in de heuvels?

"Ja, het was heuvelachtig. Het was in Limburg en het parcours was dus redelijk zwaar."


Oké, mooi. Wat zijn jouw plannen voor de toekomst?

"Algemeen gezien of qua wielerambities?"

Algemeen.

"Ik ben op dit moment voornamelijk werkzaam in de voetbalsport. En dan in de weekenden hier in de wielersport. Het zou natuurlijk mooi zijn om met beide sporten verder te gaan en eventueel trainer te worden van het aangepast wielrennen. Dat laatste zou het mooiste zijn, natuurlijk. En dan zou ik jullie kunnen opleiden richting Tokio 2020."

Zeker. Heeft u nog advies voor ons? Is er nog iets waar we extra rekening mee moeten houden?

"Ik zou zeggen: ga zo door! Jullie zijn goed bezig. Jullie zijn hier altijd en zijn thuis goed aan het trainen. Maar eet af en toe ook een Mars. Jullie zijn redelijk streng voor jezelf, heb ik begrepen. Geniet ook nog, jullie zijn nog heel erg jong. Wielrennen kan echt nog jullie heel leven. Blijf gewoon lekker plezier erin houden, dat is het allerbelangrijkst!"

Oké. Dankjewel!

"Alsjeblieft."

Interview met Martin Boomkamp

Martin Boomkamp is ex-wielrenner en mecanicien. Hij heeft zijn eigen bedrijf, genaamd "Boomkamp Communicatie en Sportondersteuning (BoCoSo)". Ook geeft hij, samen met Gijs van Butselaar, wielertalenten en nieuwsgierigen elke maand training. De wielrenners die worden getraind, zijn allemaal aangepast wielrenner en hebben (bijna) allemaal een enigszins aangepaste racefiets. In het volgende interview vertelt Martin Boomkamp over zijn passie en zijn werk en geeft hij belangrijke tips.


Wanneer en waarom bent u begonnen met wielrennen?

"Ik ben begonnen toen ik negen was en dat was in 1996. Ik was altijd druk. Mijn ouders zeiden: ga alsjeblieft fietsen. Het was heel leuk. Toen ik begon, werd het al gelijk mijn passie."


Wat was uw specialiteit?

"Ik was vooral een tijdrijder. Ik kon nooit supergoed sprinten en kon niet supergoed klimmen, maar wel heel lang heel hard fietsen. Dat was eigenlijk meer mijn specialiteit, want als ik bijvoorbeeld een sprint reed, ging ik al vanaf 400 meter aan in plaats van 100 meter."


Hoe is het om nu te werken als mecanicien?

"Heel erg leuk en uitdagend, zeker bij het aangepast wielrennen. Dat is natuurlijk iets anders dan het in reguliere wielrennen. Bij aangepast wielrennen heb je veel meer met beperkingen te maken. Elke fiets is anders. Bij een beperking zoek je naar een goede oplossing. Als je dat in het reguliere wielrennen doet, heb je toch vaak in de ploeg allemaal dezelfde fietsen. Dus in het aangepast wielrennen is dat wel iets anders, maar wel heel erg leuk."


Hoelang bent u daar dan mee bezig per week?

"Ik ben er zeker een aantal dagen per week mee bezig. Het varieert natuurlijk: in het seizoen ben je er heel veel mee bezig, en als het winter is, zitten we allemaal te balen op de spinningbike. Dan hoef ik niet veel te doen."


Precies. We hadden gehoord dat u met Gesink heeft gefietst. Hoe was dat voor u?

"Leuk. Ik ken hem vanaf mijn twaalfde, dus we hebben samen de jeugd gedaan bij de club en zijn doorgegroeid naar de junioren. Ik was een jaar ouder dan hij, dus het ene jaar waren we samen en het jaar daarop weer niet. Op die manier hebben we samen de jeugdontwikkeling meegemaakt. Dat is natuurlijk gewoon heel erg leuk. En op een gegeven moment was het ook leuk om te zien dat hij (Gesink) is doorgegroeid naar de profs."


Hij was toen ook al zo goed, of niet?

"Hij was toen ook al goed, absoluut! We zaten in een hele lichting uit district Oost met een aantal jongens, die nu ook prof zijn. Het was een erg goede lichting, en dus ook erg leuk dat we elke wedstrijd weer die strijd hadden. En dan maar zorgen dat je de beste bent. De ene keer wint Gesink, dan weer een ander, en dan ik weer eens een keertje. Nu zie je ze op televisie, en dan denk je: 'Ja, die hebben het wel afgemaakt!' Ik had op een gegeven moment door dat mijn talent niet voldoende was. Dus dan moet je gewoon een keuze maken: of doorgaan en maar hopen óf kiezen voor je werk en je studie. En dan op die manier carrière maken."


Hoe vond u het om piloot te zijn op een tandem? Want dat lijkt mij heel anders.

"Aan de ene kant is het anders, aan de andere kant is de topsportbeleving er hetzelfde in. Maar het is gewoon heel erg leuk, zeker aangezien je het samen kan doen. Het wielrennen op de tandem was een nieuwe beleving voor mij."


Heeft u ook prijzen gepakt op de tandem?

"Zeker. We zijn Nederlands kampioen tijdrijden geworden in 2006. Ook hebben we aan het EK en WK deelgenomen, maar op de WK's waren we helaas niet goed genoeg. We hebben ook in wereldbekers goede resultaten behaald."


Wat vindt u uw mooiste zege en waarom is dat de mooiste?

"Mijn mooiste zege was in Sint-Gertruid bij de junioren. Ik reed in die wedstrijd op 25 km voor het einde weg. Ik mocht die wedstrijd rijden, maar eigenlijk ben ik geen klimmer en kan ik dus niet goed overweg in Limburg. Ik zat in de kopgroep en er kwam een groepje bij. Toen reed ik dus op een bultje weg. En binnen no-time zat er een auto achter me. De man in de auto zei: 'Je hebt 45 seconden voorsprong. Succes!' Als je dat dan haalt en op die manier wint, is dat wel heel erg tof met zo'n razend peloton achter je. Dat is echt wel mijn mooiste.

En mijn Nederlandse titel is ook een hele speciale. Dus eigenlijk zijn er twee momenten. Op de tandem werk je er met z'n tweeën naartoe en uiteindelijk word je dan nog Nederlands kampioen ook."


Heeft u nog advies voor jonge wielrenners zoals wij?

"Zeker, zoals vandaag gewoon goed je best doen. Gewoon goed trainen, en dan komen we er wel."


Dankuwel!

"Alsjeblieft!"