Wanneer en waarom bent u begonnen met wielrennen?
"Ik ben begonnen toen ik negen was en dat was in 1996. Ik was altijd druk. Mijn ouders zeiden: ga alsjeblieft fietsen. Het was heel leuk. Toen ik begon, werd het al gelijk mijn passie."
Wat was uw specialiteit?
"Ik was vooral een tijdrijder. Ik kon nooit supergoed sprinten en kon niet supergoed klimmen, maar wel heel lang heel hard fietsen. Dat was eigenlijk meer mijn specialiteit, want als ik bijvoorbeeld een sprint reed, ging ik al vanaf 400 meter aan in plaats van 100 meter."
Hoe is het om nu te werken als mecanicien?
"Heel erg leuk en uitdagend, zeker bij het aangepast wielrennen. Dat is natuurlijk iets anders dan het in reguliere wielrennen. Bij aangepast wielrennen heb je veel meer met beperkingen te maken. Elke fiets is anders. Bij een beperking zoek je naar een goede oplossing. Als je dat in het reguliere wielrennen doet, heb je toch vaak in de ploeg allemaal dezelfde fietsen. Dus in het aangepast wielrennen is dat wel iets anders, maar wel heel erg leuk."
Hoelang bent u daar dan mee bezig per week?
"Ik ben er zeker een aantal dagen per week mee bezig. Het varieert natuurlijk: in het seizoen ben je er heel veel mee bezig, en als het winter is, zitten we allemaal te balen op de spinningbike. Dan hoef ik niet veel te doen."
Precies. We hadden gehoord dat u met Gesink heeft gefietst. Hoe was dat voor u?
"Leuk. Ik ken hem vanaf mijn twaalfde, dus we hebben samen de jeugd gedaan bij de club en zijn doorgegroeid naar de junioren. Ik was een jaar ouder dan hij, dus het ene jaar waren we samen en het jaar daarop weer niet. Op die manier hebben we samen de jeugdontwikkeling meegemaakt. Dat is natuurlijk gewoon heel erg leuk. En op een gegeven moment was het ook leuk om te zien dat hij (Gesink) is doorgegroeid naar de profs."
Hij was toen ook al zo goed, of niet?
"Hij was toen ook al goed, absoluut! We zaten in een hele lichting uit district Oost met een aantal jongens, die nu ook prof zijn. Het was een erg goede lichting, en dus ook erg leuk dat we elke wedstrijd weer die strijd hadden. En dan maar zorgen dat je de beste bent. De ene keer wint Gesink, dan weer een ander, en dan ik weer eens een keertje. Nu zie je ze op televisie, en dan denk je: 'Ja, die hebben het wel afgemaakt!' Ik had op een gegeven moment door dat mijn talent niet voldoende was. Dus dan moet je gewoon een keuze maken: of doorgaan en maar hopen óf kiezen voor je werk en je studie. En dan op die manier carrière maken."
Hoe vond u het om piloot te zijn op een tandem? Want dat lijkt mij heel anders.
"Aan de ene kant is het anders, aan de andere kant is de topsportbeleving er hetzelfde in. Maar het is gewoon heel erg leuk, zeker aangezien je het samen kan doen. Het wielrennen op de tandem was een nieuwe beleving voor mij."
Heeft u ook prijzen gepakt op de tandem?
"Zeker. We zijn Nederlands kampioen tijdrijden geworden in 2006. Ook hebben we aan het EK en WK deelgenomen, maar op de WK's waren we helaas niet goed genoeg. We hebben ook in wereldbekers goede resultaten behaald."
Wat vindt u uw mooiste zege en waarom is dat de mooiste?
"Mijn mooiste zege was in Sint-Gertruid bij de junioren. Ik reed in die wedstrijd op 25 km voor het einde weg. Ik mocht die wedstrijd rijden, maar eigenlijk ben ik geen klimmer en kan ik dus niet goed overweg in Limburg. Ik zat in de kopgroep en er kwam een groepje bij. Toen reed ik dus op een bultje weg. En binnen no-time zat er een auto achter me. De man in de auto zei: 'Je hebt 45 seconden voorsprong. Succes!' Als je dat dan haalt en op die manier wint, is dat wel heel erg tof met zo'n razend peloton achter je. Dat is echt wel mijn mooiste.
En mijn Nederlandse titel is ook een hele speciale. Dus eigenlijk zijn er twee momenten. Op de tandem werk je er met z'n tweeën naartoe en uiteindelijk word je dan nog Nederlands kampioen ook."
Heeft u nog advies voor jonge wielrenners zoals wij?
"Zeker, zoals vandaag gewoon goed je best doen. Gewoon goed trainen, en dan komen we er wel."
Dankuwel!
"Alsjeblieft!"
Geen opmerkingen:
Een reactie posten